De mier

Van een vriendin kreeg ik het boek ‘Het vertrek van de mier’ van Toon Tellegen. Voorin het boek had ze een tekst geschreven: ‘Voor Camiel, omdat dieren ‘unieke eenlingen’ zijn, net als jij. En dat is fantastisch’.
Dat had ze op het laatste moment gedaan, toen ze al aangeschoten was van de rode wijn. Dat vertelde ze erbij.

Soms lees ik in het boek. Het is luchtig en toch filosofisch. Het is grappig en toch moet je soms een beetje diep nadenken. Ik vind dat een fijne combinatie. Zie je eigenlijk veel te weinig.

Gisteravond, toen ik het boek las, vond ik een prachtig hoofdstuk over schrijven. Eigenlijk gaat het hoofdstuk over mij. En over schrijven. En over waarom ik dat wat ik schrijf op een weblog plaats. Alsof ik het begraaf.

‘De mier schreef af en toe iets in een klein schrift, maar alleen als hij niet kon slapen of te moe was om verder te gaan of als zijn gedachten zo ingewikkeld werden dat hij ze niet meer begreep.
Hij wist niet hoe het heettte wat hij schreef. Hij noemde het aantekeningen. Maar het waren geen gewone aantekeningen.
Hij liet hele regels wit.
Hij gebruikte woorden die hij nog nooit had gebruikt en waarvan hij niet goed wist wat ze betekenden.
Hij gebruikte woorden niet die hij anders altijd wel gebruikte.
Hij las niet over wat hij schreef, want als hij het zou overlezen zou hij het weggooien en dan had hij het net zo goed niet kunnen schrijven.
Het zijn wel gedachten, dacht hij. Maar geen gewone gedachten. Misschien is het wat ik denk als ik denk zonder te denken. Of als ik achterstevoren denk. Of opzij.
Hij wreef over zijn vooorhoofd. Het zijn vallende gedachten, dacht hij. Gedachten die je niet wilt denken. Die onverhoeds op je vallen als je onder een steile rots loopt. Gedachten waar je graag een omweg voor had willen maken om ze te ontlopen.
Hij krabde aan zijn achterhoofd. Ze storen zich nergens aan, dacht hij, en zeker niet aan mij!
Toen hij veel aantekeningen ahd gemaakt begroef hij het schrift onder het zand. Hij legde er een briefje bij:

Dit zijn mijn aantekeningen
Vriendelijke groeten,
De mier

Hij probeerde ze te vergeten.
Ze verkondigen iets, dacht hij. En dat wil ik niet. ‘

12 November 2009
By on 16:14
Vragen

Ik reed vandaag op mijn fiets richting huis, over de hobbelige, oude straatjes, glibberig waren ze door de regen, en ik luisterde naar de muziek van Frederique Spigt. Van haar muziek houd ik heel veel. Ze zong: ‘deze wereld, dat ben jij. Blijf erbij.’ Prachtig. Wees een deel van de wereld, vraagt ze mij, en aanschouw niet alleen. Interactie, meedoen, daar heeft het mee te maken. Plots schoot me het volgende te binnen:

Je hebt mensen die antwoorden zoeken en je hebt mensen die vragen zoeken.

Fascinerend
(al zeg ik het zelf).

Ik houd eigenlijk helemaal niet van antwoorden. Die wantrouw ik. Wie zegt wat hoort? Wat voor jou een betekenis heeft, kan voor mij betekenisloos zijn. Niets staat vast. Het enige wat vast staat is dat ik deel ben van deze wereld. Ik speel hier een rol, of ik nu wil of niet. Maar gelukkig wil ik dat ook. En stel ik vragen, om verder te komen.

10 November 2009
By on 14:47
Zon.

De zon schijnt vandaag en daar geniet ik van. Nu dan misschien niet, maar geluk delen is ook belangrijk. Zometeen ga ik de zon weer in.

Ander geluk. Toevallig geluk.
Ik las een boek van de bibliotheek, best een taai boek, niet erg verrassend, tot ik ‘m open sloeg op pagina 96. Daar zat een sticker verstopt, die uit het boek viel en op de grond was gaan liggen. Alsof het daar altijd zo had gelegen. Zo’n oerHollands tegeltje (zoals de dames het zullen kennen van Boer zoekt Vrouw) met daarop: Youri en Suzanne.

Die Youri en Suzanne.

Het spreekt tot de verbeelding. Ik vond het mooi. Mooi dat ik even deelgenoot was van hun geluk. Dat ik me kon bedenken hoe zij naar de stickerleverancier zouden hebben gemaild dat ze precies deze sticker wilden, met daarop hun namen. Het duo werd, hun namen werden, vereeuwigd. Althans; als ze de sticker niet in het boek hadden laten liggen, want ze zullen ‘m nu moeten missen. Niet erg. Ze hebben het geluk gedeeld.

8 October 2009
By on 11:33
Alleen

‘(…) daar waar je alleen in durft te zijn, daar schuilt het beste wat je in huis hebt.’

Connie Palmen in het tijdschrift Oog, deze maand.

Zij raakt mij vaak. Ook nu.

5 October 2009
By on 10:03
De liefde

Ik was met Rosaline. We praatten over de dag, de ontmoetingen van die dag en waarover we ons hadden verwonderd. Dat doen wij vaker. Praten over waar het werkelijk om draait in het leven. Het leven. Oei. Grote woorden weer, Camiel.

De dagen met Roos zijn, het leven met haar is. En bijzonder. Daarom.

Bij Rosaline ben ik wie ik wil zijn. Ik ben bij haar mezelf, ik kan mijn ding doen (grapje. Wel waar natuurlijk, maar zie dit als een verkapte tip: ‘Taal is zeg maar echt mijn ding’ van Paulien Cornelisse).

Ik kan gek doen. Heel lief, op het kleffe af. En ook niets. Ik kan ook niets doen.
Ik ben bij Rosaline kwetsbaar en wil niets liever dan dat zijn bij haar.

Kwetsbaar.
Kwetsbaar maar zonder gxeane.

1 October 2009
By on 13:01
We float

We wanted to find love
We wanted success
Until nothing was enough
Until my middle name was excess
And somehow I lost touch
When you went out of sight
When you got lost into the city
Got lost into the night

I was in need of help
Heading to black out
‘Til someone told me run on in honey
Before somebody blows your goddam’ brains out
You shop-lifted as a child
I had a model’s smile
You carried all my hopes
Until something broke inside

But now we float
Take life as it comes

So will we die of shock?
Die without a trial
Die on Good Friday
While holding each other tight
This is kind of about you
This is kind of about me
We just kind of lost our way
But we were looking to be free

But one day we’ll float
Take life as it comes

PJ Harvey – We float

22 September 2009
By on 22:09
Taal

Er was een tijd waarin ik studeerde. Ik was zo’n echte student. Boek altijd in mijn tas – een bruine, leren tas met gaten erin – hoofd vaak op serieus en (niet: want) ik nam het leven serieus. Ik studeerde dus ik bestond. Zoiets was het.

Ik studeerde Nederlands. Ontstaan vanuit het romantische idee schrijver te willen worden, zoals voor veel meer mensen geldt (bleek toen ik eraan begon). Ik was weer een desillusie rijker. Of een illusie armer. Het is hoe je het bekijkt. Iets met een glas.

Ik dwaal steeds af.
Misschien komt het door de wijn die ik nu drink. Witte. Er was geen rode meer. Zurig is-ie en hij slaat in als een bom (bah, een bom – nooit eerder heb ik dat geassocieerd met wijn en nu moet ik, omdat ik het schrijf. Ik kan nog terug, dit is geen typemachine, maar ik doe het niet. Waarom zou ik?).

Het is de taal die mij in de weg zit. Ik wil iets vertellen wat ik nu nog steeds niet heb verteld. Ik vermoei jou als lezer met mijn gewauwel. Omdat ik van schrijven houd moet jij je hierdoor worstelen. Zoiets is het. Nee, meer is het. Maar ik kan het niet onder woorden brengen.

Ik bedacht mij zojuist dat taal mij vaak ontmaskert. In de taal hierboven was ik mij ervan bewust en dat laat ik dan ook staan, omdat het mijn boodschap nu ondersteunt. Maar meestal, zeker tijdens een ontmaskering, ben ik mij niet bewust van de doorzichtigheid van mijn ziel. Oei, daar is het woord: ziel. Zit in schrijven niet altijd – vaak onbewust – je ziel? Is een boek niet altijd een fractie van iemands zielenleven? Zichtbaar of onzichtbaar. Maar het is vraag of een schrijver dat werkelijk wil. Misschien is het zijn onbewuste verlangen.

Goed. Ongestructureerd schrijf ik nu. Laat ik afsluiten. En wel met een prachtig citaat van Connie Palmen:

Schrijven komt voort uit
zwijgen, angst, verlegenheid
en uit misschien wel bovenmatig ontwikkelde afkeer van onechtheid
Vooral de eigen onechtheid

18 September 2009
By on 22:00
Laat.

‘Aaah,’ zei Jane, ‘hoe heten ze?’
Ik had een binnenpretje.
‘Gavin en Ian,’ zei Clio.
Jane en Pauls prettig-kennis-te-maken-gezichten vielen uit de plooi, kregen iets onsamenhangends. Het was bevredigend: Clio en ik hadden lang gezocht naar namen die zo’n reactie uitlokten. Ze waren onkatachtig en op een fundamentele wijze niet passend, maar niettemin verwarrend geloofwaardig.
‘Aaah,’ zei Jane nogmaals, net iets te laat.

Uit: Steven Hall, Gehaaid


By on 09:33
Roosbeef

Muziek is er om naar te luisteren, maar ook om ontdekt te worden. Misschien is de ontdekking vaak van grotere waarde dan het luisteren – de handeling zelf. Waarom? Omdat de ontdekking je nieuwe vragen geeft, je doet verwonderen voor het eerst. En meer in dat genre.
Maar vooral het feit dat je voor het eerst hoort, luistert. Alles wat er voor het eerst is, is bijzonder. Speciaal, een mooier woord.

Roosbeef is mijn laatste ontdekking. Niet het genre waar ik als eerste een cd van aan zou schaffen, maar een oplettende vriend gaf mij haar cd, omdat hij inschatte dat ik me tijdens de ontdekking zou verwonderen. Dat schatte hij goed in.

Ben je te heet gewassen?
Speel je koehandel met een ander?
Ik poeder m’n gezicht, elke dag opnieuw
Zodat ik nog wat witter lijk
Zodat ik nog meer aandacht krijg
Ooh hij…hijgh

En toen jij het uitgemaakt had
En toen jij het uitgemaakt had
Heb ik mijn donorkaart ingevuld
Zodat er iemand nog met mijn hart speelt

Dat is toch prachtig. Ik ga het niet analyseren, dat zou zonde zijn. Zonde in de zin van: het zou de waarde van de ontdekking verminderen. Want alsjeblieft, mijn ontdekking. Ik hoop dat jij je ook verwondert.

14 September 2009
By on 10:27
Terug

Terug. Ze is weer terug. Al sinds een week en daarom voelt het inmiddels al niet meer zo. Ze is weer gewoon geworden. Voor zover haar aanwezigheid gewoon kan worden. Natuurlijk. Want Rosaline is speciaal, heel speciaal.

Maar ik vind het wel jammer dat alles altijd maar weer went. Dat ik niet altijd het gevoel kan houden dat ik had toen ik haar van de trein haalde. Het gevoel dat er iets in mijn maag zit dat kriebelt. En het gevoel dat ik haar nooit meer kwijt wil en ze nooit meer op vakantie mag gaan want dan mis ik haar zo. Ik geloof wel in dat gevoel, en ik denk ook dat ik dat gevoel nog wel heb – maar het is zit niet meer op de oppervlakte.

Goed.
Terug. Ze is weer terug.

24 August 2009
By on 21:45